Wil je direct je macOS DNS instellen? Ga naar het Apple-menu linksboven, kies Systeeminstellingen en klik op Wi-Fi (of Ethernet). Klik op de knop Details naast je actieve netwerk en navigeer naar het tabblad DNS. Gebruik het plusje (+) om een nieuw DNS-IP-adres toe te voegen, zoals 1.1.1.1 voor Cloudflare of 8.8.8.8 voor Google. Verwijder eventuele oude adressen met het minnetje (-) en klik op OK. Je nieuwe DNS-server is direct actief.
In 2026 is het optimaliseren van je netwerkverbinding belangrijker dan ooit. Standaard gebruik je de DNS-servers van je internetprovider, maar deze zijn vaak traag, loggen je internetgedrag en blokkeren soms specifieke websites. Of je nu macOS 15 Sequoia gebruikt op een nieuwe M4 Mac of een oudere versie draait, het wijzigen van je DNS-instellingen is een van de snelste manieren om je internetervaring te verbeteren. In dit uitgebreide artikel ontdek je exact hoe je de macOS DNS instelt via de grafische interface, de Terminal, en hoe je moderne versleutelde profielen (DoH/DoT) activeert.
Wat is DNS en waarom zou je dit op macOS wijzigen?
Het Domain Name System (DNS) fungeert als het telefoonboek van het internet. Wanneer jij een domeinnaam zoals dnsserverreageertniet.nl in Safari of Chrome typt, weet je Mac niet direct naar welke server hij moet verbinden. Computers communiceren namelijk uitsluitend via IP-adressen (zoals 192.0.2.1 of een complexe IPv6-reeks). De DNS-server vertaalt de voor mensen leesbare domeinnaam razendsnel naar het juiste IP-adres. Dit proces gebeurt op de achtergrond bij elke website die je bezoekt, elke e-mail die je verstuurt en elke app die verbinding maakt met het internet.
Waarom zou je de standaard DNS van je provider (zoals Ziggo, KPN of Odido) willen wijzigen op je Mac? Daar zijn in 2026 vier belangrijke redenen voor. Ten eerste: snelheid. Providers gebruiken vaak verouderde DNS-infrastructuur die tijdens piekuren traag reageert. Alternatieve diensten zoals Cloudflare gebruiken een wereldwijd Anycast-netwerk, waardoor je altijd verbindt met de server die fysiek het dichtst bij jou in de buurt staat. Dit verlaagt de reactietijd (latency) aanzienlijk, wat resulteert in sneller ladende webpagina’s.
Ten tweede: privacy. Je internetprovider kan exact zien welke websites jij opvraagt via hun DNS-servers. In veel landen wordt deze data gelogd en soms zelfs geanalyseerd voor commerciële doeleinden. Onafhankelijke DNS-providers hanteren vaak een strikt ‘no-logging’ beleid. Ze wissen je aanvragen binnen 24 uur en verkopen geen data aan derden.
Ten derde: beveiliging. Sommige moderne DNS-servers, zoals Quad9 of AdGuard DNS, bieden ingebouwde filters. Ze blokkeren automatisch bekende malwaredomeinen, phishing-websites en soms zelfs hinderlijke advertenties en trackers op netwerkniveau. Dit betekent dat je Mac al beschermd is voordat een schadelijke website überhaupt kan laden.
Tot slot helpt een custom DNS bij het omzeilen van geoblokkades en censuur. Als een bepaalde website door je lokale provider is geblokkeerd via een DNS-blokkade, kun je er met een alternatieve DNS-server vaak alsnog moeiteloos bij. Lees meer over de basis in ons artikel over wat is een DNS-server.
macOS DNS instellen via Systeeminstellingen (macOS Sequoia)
De meest toegankelijke manier om je macOS DNS in te stellen, is via de grafische interface. Sinds macOS Ventura heeft Apple de oude ‘Systeemvoorkeuren’ vervangen door ‘Systeeminstellingen’, wat meer lijkt op de interface van een iPhone of iPad. Deze stappen werken perfect voor macOS 15 Sequoia (uitgebracht in september 2024 en de standaard in 2026), maar ook voor Sonoma en Ventura.
Volg dit stappenplan om je DNS-servers handmatig te wijzigen:
- Klik op het Apple-logo () in de linkerbovenhoek van je scherm en selecteer Systeeminstellingen.
- Klik in de linker zijbalk op Wi-Fi. Gebruik je een bekabelde verbinding? Klik dan op Netwerk en selecteer je Ethernet-adapter.
- Zoek de verbinding die je momenteel gebruikt (deze heeft een groene indicator) en klik op de knop Details… ernaast.
- Er opent een nieuw venster. Klik in de linker zijbalk van dit pop-upvenster op DNS.
- Je ziet nu twee kolommen: ‘DNS-servers’ en ‘Zoekdomeinen’. Onder de lijst met DNS-servers klik je op het plusje (+).
- Typ het gewenste IPv4-adres in, bijvoorbeeld
1.1.1.1. Druk op Enter. - Klik nogmaals op het plusje (+) om een secundaire server toe te voegen, bijvoorbeeld
1.0.0.1. Dit fungeert als back-up voor als de eerste server uitvalt. - Als je provider IPv6 ondersteunt, is het verstandig om ook de IPv6-adressen van je DNS-provider toe te voegen via hetzelfde plusje.
- Selecteer eventuele oude, grijze IP-adressen (vaak het IP van je router, zoals
192.168.1.1) en klik op het minnetje (-) om ze te verwijderen. - Klik rechtsonder op OK om de wijzigingen definitief op te slaan.
Zodra je op OK klikt, past macOS de nieuwe netwerkconfiguratie direct toe. Je hoeft je Mac niet opnieuw op te starten. Wil je de wijziging ongedaan maken en terugkeren naar de standaardinstellingen van je internetprovider? Ga dan simpelweg terug naar dit menu, selecteer de handmatig toegevoegde IP-adressen en verwijder ze met het minnetje. Zodra de lijst leeg is, zal macOS automatisch weer de DNS-servers van je router ophalen via DHCP.
Voor meer details over de officiële Apple-documentatie kun je terecht bij Apple Support.
DNS controleren en instellen via de macOS Terminal
Voor systeembeheerders, power users en ontwikkelaars is het vaak sneller om de macOS DNS in te stellen via de Terminal. macOS is gebouwd op een Unix-fundering (Darwin) en biedt krachtige command-line tools om netwerkinstellingen te beheren zonder door menu’s te hoeven klikken. In macOS Sequoia zijn scutil en networksetup de belangrijkste tools hiervoor.
Om te beginnen open je de Terminal. Druk op Command + Spatie om Spotlight te openen, typ Terminal en druk op Enter.
Huidige DNS-instellingen controleren
Om te zien welke DNS-servers je Mac momenteel gebruikt, inclusief de complexe routing-tabellen voor VPN’s en lokale netwerken, gebruik je het scutil commando. Typ het volgende en druk op Enter:
scutil --dns
Dit commando genereert een lange lijst. Zoek naar resolver #1. Hier zie je de actieve nameserver adressen die je Mac gebruikt voor algemeen internetverkeer. Als je verbonden bent met een bedrijfs-VPN, zie je mogelijk ook specifieke resolvers voor interne domeinen (bijvoorbeeld .local of .corp).
DNS wijzigen met networksetup
Om de DNS-servers via de Terminal te wijzigen, gebruiken we de tool networksetup. Eerst moet je de exacte naam van je netwerkadapter weten. Typ:
networksetup -listallnetworkservices
Je ziet nu een lijst met services, zoals Wi-Fi, Ethernet of Thunderbolt Bridge. Let goed op de spelling, inclusief hoofdletters en eventuele spaties. Om de DNS voor Wi-Fi in te stellen op de servers van Cloudflare, gebruik je dit commando:
sudo networksetup -setdnsservers Wi-Fi 1.1.1.1 1.0.0.1
Omdat je sudo gebruikt, zal de Terminal vragen om het wachtwoord van je Mac. Let op: tijdens het typen van je wachtwoord zie je geen sterretjes of tekens verschijnen. Dit is een normale beveiligingsmaatregel in Unix. Typ je wachtwoord blind in en druk op Enter.
DNS-instellingen wissen via Terminal
Wil je de handmatige DNS-servers verwijderen en je Mac weer automatisch DNS laten ophalen via DHCP? Gebruik dan het argument empty in plaats van IP-adressen:
sudo networksetup -setdnsservers Wi-Fi empty
Je kunt direct controleren of het is gelukt door networksetup -getdnsservers Wi-Fi te typen. Als het commando succesvol is uitgevoerd en de lijst leeg is, zal de Terminal melden: There aren’t any DNS Servers set on Wi-Fi. Je Mac valt dan direct terug op de router-DNS. Heb je verbindingsproblemen? Lees dan onze gids over DNS server reageert niet op Mac.
Versleutelde DNS (DoH en DoT) instellen via configuratieprofielen
In 2026 is het gebruik van onversleutelde DNS via poort 53 eigenlijk niet meer van deze tijd. Standaard DNS-verkeer is platte tekst. Iedereen op hetzelfde netwerk — inclusief de beheerder van de openbare Wi-Fi in de trein of je internetprovider — kan precies zien welke domeinen je opvraagt. Om dit op te lossen zijn DNS over HTTPS (DoH) en DNS over TLS (DoT) ontwikkeld. Deze protocollen versleutelen je DNS-aanvragen, net zoals HTTPS je webverkeer versleutelt.
Hoewel Windows 11 een simpele schakelaar in de instellingen heeft om DoH aan te zetten, pakt Apple dit op macOS (inclusief Sequoia) anders aan. macOS ondersteunt DoH en DoT native op systeemniveau, maar je kunt dit niet configureren via de standaard Systeeminstellingen. Je hebt hiervoor een zogenaamd Configuratieprofiel (een .mobileconfig bestand) nodig.
Wat is een configuratieprofiel?
Een .mobileconfig bestand is een klein XML-bestand dat specifieke instellingen afdwingt op je Mac, iPhone of iPad. Veel privacygerichte DNS-providers bieden kant-en-klare profielen aan die je gratis kunt downloaden. Bekende voorbeelden zijn NextDNS, AdGuard DNS en Cloudflare.
Stappenplan: DoH/DoT profiel installeren op macOS Sequoia
- Ga naar de website van een provider die Apple-profielen aanbiedt (bijvoorbeeld de profielgenerator van NextDNS of de officiële GitHub-pagina van AdGuard).
- Download het
.mobileconfigbestand voor macOS. - Dubbelklik op het gedownloade bestand. macOS toont nu een notificatie rechtsboven in beeld: Profiel gedownload. Controleer het profiel in Systeeminstellingen als je het wilt installeren.
- Open Systeeminstellingen en scrol in de linker zijbalk helemaal naar onderen. Klik op Privacy en beveiliging.
- Scrol in het rechtervenster naar beneden en klik op Profielen (onder het kopje ‘Anderen’).
- Je ziet hier het gedownloade DNS-profiel staan met de status ‘Gedownload’. Dubbelklik erop.
- Klik in het pop-upvenster op Installeer. Je Mac vraagt nu om je beheerderswachtwoord of Touch ID om de installatie te bevestigen.
Zodra het profiel is geïnstalleerd, wordt al het DNS-verkeer van je Mac op systeemniveau versleuteld. Dit overkoepelt alle apps, inclusief Safari, Chrome en achtergrondprocessen. Je kunt controleren of het werkt door naar https://1.1.1.1/help te gaan of een online DNS-leak test uit te voeren. Als de test aangeeft dat je verbonden bent via DoH of DoT, is je configuratie succesvol.
Populaire en snelle DNS-servers in 2026
Welke DNS-server moet je nu eigenlijk kiezen? In 2026 zijn er tientallen betrouwbare, gratis opties beschikbaar. De beste keuze hangt af van jouw prioriteiten: wil je de allerhoogste snelheid, maximale privacy, of ingebouwde adblocking? Hieronder vind je een overzichtelijke tabel met de beste publieke DNS-servers van dit moment, inclusief hun IPv4- en IPv6-adressen.
| Provider | IPv4 Primair | IPv4 Secundair | IPv6 Primair | Primaire Focus |
|---|---|---|---|---|
| Cloudflare | 1.1.1.1 | 1.0.0.1 | 2606:4700:4700::1111 | Extreme snelheid & privacy |
| Google Public DNS | 8.8.8.8 | 8.8.4.4 | 2001:4860:4860::8888 | Betrouwbaarheid & uptime |
| Quad9 | 9.9.9.9 | 149.112.112.112 | 2620:fe::fe | Malware- & phishingblokkade |
| AdGuard DNS | 94.140.14.14 | 94.140.15.15 | 2a10:50c0::ad1 | Systeemwijde adblocking |
| OpenDNS (Cisco) | 208.67.222.222 | 208.67.220.220 | 2620:119:35::35 | Ouderlijk toezicht & filters |
Toelichting per provider
Cloudflare (1.1.1.1): Dit is wereldwijd de snelste publieke DNS-resolver. Cloudflare logt je IP-adres niet en verkoopt geen data. Ideaal voor gamers en mensen die een zo laag mogelijke latency willen. Voor meer opties, bekijk onze lijst met de beste DNS servers van dit jaar.
Google Public DNS (8.8.8.8): De meest gebruikte DNS ter wereld. Het is extreem betrouwbaar en snel, maar Google logt wel bepaalde (geanonimiseerde) data voor diagnostische doeleinden. Minder geschikt voor absolute privacy-puristen, maar perfect voor stabiliteit.
Quad9 (9.9.9.9): Een non-profit organisatie gevestigd in Zwitserland. Quad9 blokkeert actief domeinen die bekend staan om malware, ransomware en phishing. Ze gebruiken threat intelligence van tientallen cybersecuritybedrijven. Een uitstekende keuze voor de veiligheid van je Mac.
AdGuard DNS: Als je geen zin hebt om in elke browser een adblocker-extensie te installeren, is AdGuard DNS ideaal. Door deze DNS op je Mac in te stellen, worden advertenties en tracking-domeinen op netwerkniveau geblokkeerd. Dit werkt zelfs in losse apps buiten je browser om.
DNS-cache flushen in macOS Sequoia
Je Mac slaat recent opgevraagde DNS-vertalingen lokaal op in een cache. Dit bespaart tijd: als je apple.com bezoekt, hoeft je Mac niet opnieuw het IP-adres op te zoeken bij de DNS-server. Elk DNS-record heeft echter een ‘Time To Live’ (TTL). Soms verandert het IP-adres van een website voordat de TTL in jouw cache is verlopen. Het resultaat? Je Mac probeert te verbinden met een oud IP-adres en de website laadt niet, of je krijgt een foutmelding.
Ook als je net je DNS-servers hebt gewijzigd, is het verstandig om de cache te legen (flushen) zodat je Mac direct de nieuwe servers gebruikt. In macOS Sequoia (en eerdere versies zoals Sonoma en Ventura) doe je dit via een specifiek Terminal-commando.
Stappenplan DNS-cache legen
- Open de Terminal via Spotlight (Command + Spatie).
- Kopieer en plak het volgende commando in het venster:
sudo dscacheutil -flushcache; sudo killall -HUP mDNSResponder - Druk op Enter.
- De Terminal vraagt om je beheerderswachtwoord. Typ dit in (je ziet geen tekens verschijnen) en druk nogmaals op Enter.
Wat doet dit commando precies? Het bestaat eigenlijk uit twee delen, gescheiden door een puntkomma. Het eerste deel, dscacheutil -flushcache, wist de algemene directory service cache van macOS. Het tweede deel, killall -HUP mDNSResponder, stuurt een ‘hangup’ signaal naar de mDNSResponder. Dit is het achtergrondproces (de daemon) dat in macOS verantwoordelijk is voor DNS-resolutie en Bonjour-netwerkdetectie. Door het signaal herstart het proces zichzelf onzichtbaar en is het geheugen volledig leeg.
Let op: macOS geeft geen visuele bevestiging dat de cache is geleegd. Als je na het invoeren van je wachtwoord gewoon een nieuwe, lege commandoregel ziet, is het proces succesvol afgerond. Wil je meer weten? Lees onze uitgebreide gids over DNS cache legen op Mac en Windows.
Eduroam en bedrijfsnetwerken: specifieke DNS-problemen oplossen
Een veelvoorkomend probleem bij het instellen van een handmatige macOS DNS ontstaat op grote, beheerde netwerken. In Nederland en België maken honderdduizenden studenten en medewerkers gebruik van Eduroam (het internationale Wi-Fi-netwerk voor het onderwijs). Ook bedrijfsnetwerken werken vaak met vergelijkbare infrastructuren.
Wanneer je verbindt met een netwerk zoals Eduroam of een hotel-Wi-Fi, moet je vaak eerst inloggen via een zogenaamde ‘captive portal’ (een pop-up inlogscherm). Deze portal werkt doordat de lokale DNS-server van het netwerk al het internetverkeer tijdelijk omleidt naar hun inlogpagina. Als jij op je Mac hardcoded 8.8.8.8 of een DoH-profiel hebt ingesteld, negeert je Mac de lokale DNS. Het resultaat? De captive portal verschijnt niet, je kunt niet inloggen, en je hebt geen internetverbinding.
Daarnaast gebruiken bedrijven vaak interne domeinnamen, zoals intranet.local of crm.bedrijf.nl, die alleen bestaan op de lokale DNS-server van het kantoor. Een publieke DNS-server zoals Cloudflare kent deze interne adressen niet en zal een foutmelding geven.
De oplossing voor netwerkconflicten
Als je tegen dit probleem aanloopt, zijn er twee oplossingen:
- Tijdelijk uitschakelen: Ga naar Systeeminstellingen > Wi-Fi > Details > DNS en verwijder je handmatige IP-adressen met het minnetje (-). Zodra de lijst leeg is, pakt je Mac de lokale DNS op, verschijnt de captive portal, en kun je inloggen. Daarna kun je je custom DNS weer toevoegen.
- Profiel deactiveren: Gebruik je een
.mobileconfigDoH/DoT profiel? Ga dan naar Systeeminstellingen > Privacy en beveiliging > Profielen, selecteer je DNS-profiel en verwijder het tijdelijk, of gebruik de app van de provider (zoals de NextDNS app) om de versleuteling met één klik te pauzeren. - Zoekdomeinen toevoegen: Voor bedrijfsnetwerken kun je onder het tabblad DNS in de rechterkolom (‘Zoekdomeinen’) het interne achtervoegsel van je bedrijf toevoegen (bijv.
bedrijf.local). Dit helpt macOS om interne adressen correct te routeren, hoewel het verwijderen van de custom DNS vaak betrouwbaarder is.
macOS DNS versus Linux en Windows
Voor IT-professionals die gewend zijn aan Linux of Windows, kan de netwerkarchitectuur van macOS soms verwarrend zijn. Hoewel macOS een Unix-systeem is, gaat het fundamenteel anders om met DNS-configuraties dan traditionele Linux-distributies.
Op een standaard Linux-server (zoals Ubuntu of Debian) wordt DNS van oudsher beheerd via het bestand /etc/resolv.conf. Tegenwoordig gebruikt Linux vaak systemd-resolved. Als je als Linux-beheerder de Terminal opent op een Mac en cat /etc/resolv.conf typt, zie je inderdaad een bestand met nameservers. Bovenin dat bestand staat echter een duidelijke waarschuwing: “This file is automatically generated. Do not edit.”
In macOS is /etc/resolv.conf slechts een symlink die puur bestaat voor backwards compatibility met oudere Unix-software. De daadwerkelijke bron van waarheid voor netwerkinstellingen in macOS is de SystemConfiguration database, beheerd door de configd daemon. Als je /etc/resolv.conf handmatig aanpast met een teksteditor zoals Nano of Vim, zal macOS deze wijziging meedogenloos overschrijven zodra je Wi-Fi-verbinding even wegvalt of je Mac uit de sluimerstand komt.
Windows pakt het weer anders aan. Daar worden DNS-instellingen opgeslagen in de Windows Registry per netwerkadapter (GUID). Je wijzigt ze via het Configuratiescherm, PowerShell of netsh, en je flusht de cache met het bekende ipconfig /flushdns commando in de Command Prompt.
De architectuur van macOS is specifiek ontworpen voor ‘roaming’. Laptops wisselen constant tussen thuisnetwerken, kantoor-Wi-Fi en mobiele hotspots. Door mDNSResponder en configd te gebruiken, kan macOS razendsnel schakelen tussen verschillende DNS-statussen zonder dat het besturingssysteem vastloopt op verouderde configuratiebestanden.
Veelgemaakte fouten bij het instellen van DNS op een Mac
Hoewel het instellen van een macOS DNS eenvoudig lijkt, gaat het in de praktijk nog wel eens mis. Controleer de volgende punten als je na het wijzigen van je instellingen geen internet meer hebt:
- Typfouten in het IP-adres: Een IP-adres bestaat uit getallen gescheiden door punten (bijv.
8.8.8.8). Een veelgemaakte fout in Europa is het per ongeluk typen van komma’s in plaats van punten (8,8,8,8). macOS accepteert dit niet als een geldig adres. - IPv6 vergeten: Als je internetprovider volledig is overgestapt op IPv6, en je stelt alleen een IPv4 DNS-server in, kan je Mac in de war raken bij het bezoeken van moderne websites. Voeg altijd de IPv6-adressen van je gekozen DNS-provider toe als je netwerk dit ondersteunt.
- VPN-conflicten: Vrijwel elke moderne VPN-applicatie (zoals NordVPN, ExpressVPN of Mullvad) forceert zijn eigen beveiligde DNS-servers zodra je verbindt. Dit is een ingebouwde beveiliging om ‘DNS leaks’ te voorkomen. Als je VPN aan staat, overschrijft deze tijdelijk de DNS-instellingen die jij in macOS Systeeminstellingen hebt geconfigureerd. Wil je je eigen DNS gebruiken? Dan moet je dit aanpassen in de instellingen van je VPN-app, niet in macOS.
- Verkeerde adapter geselecteerd: Een Mac onthoudt DNS-instellingen per netwerkadapter. Als je de DNS wijzigt voor je Wi-Fi-verbinding, maar je Mac is aangesloten via een Ethernet-kabel of een USB-C dock, blijf je de oude DNS gebruiken. Zorg dat je de instellingen wijzigt voor de adapter die een actieve (groene) verbinding heeft.
- Niet op OK klikken: In de nieuwe Systeeminstellingen van macOS Sequoia moet je na het toevoegen van de IP-adressen expliciet op ‘OK’ klikken rechtsonder in het pop-upvenster. Als je het venster sluit via het rode kruisje, worden je wijzigingen niet opgeslagen.
Veelgestelde vragen
Kan ik mijn DNS ook wijzigen op een iPhone of iPad?
Ja, het proces is zeer vergelijkbaar. Ga op je iOS-apparaat naar Instellingen > Wi-Fi, tik op het blauwe ‘i’-icoontje naast je verbonden netwerk, scrol naar beneden en kies ‘Configureer DNS’. Zet dit op ‘Handmatig’ en voeg je gewenste IP-adressen toe. Ook configuratieprofielen (.mobileconfig) werken native op iOS en iPadOS.
Is het wijzigen van mijn DNS veilig?
Ja, zolang je kiest voor een gerenommeerde aanbieder zoals Cloudflare, Google, Quad9 of OpenDNS. Het is juist vaak veiliger dan de standaard DNS van je provider, zeker als je kiest voor een provider met ingebouwde malware-filtering (zoals Quad9). Gebruik echter nooit onbekende DNS-IP’s die je willekeurig op een forum vindt; deze kunnen je verkeer omleiden naar phishingsites (DNS hijacking).
Verhoogt een andere DNS mijn daadwerkelijke downloadsnelheid?
Nee. Een snellere DNS-server zorgt ervoor dat websites sneller beginnen met laden, omdat de vertaling van domeinnaam naar IP-adres in minder milliseconden gebeurt (lagere latency). Zodra de verbinding echter tot stand is gebracht, is je uiteindelijke downloadsnelheid (bijvoorbeeld bij het binnenhalen van een groot bestand) volledig afhankelijk van het abonnement bij je internetprovider.
Waarom werkt mijn internet helemaal niet meer na het instellen van DNS?
Dit gebeurt meestal als je een typefout hebt gemaakt in het IP-adres, of als de gekozen DNS-server tijdelijk offline is. Zonder werkende DNS kan je Mac geen enkele domeinnaam meer vertalen, waardoor het lijkt alsof je hele internet plat ligt (terwijl IP-verbindingen achter de schermen nog wel werken). De oplossing is simpel: ga terug naar de instellingen, verwijder de handmatige adressen, en je internet werkt direct weer via de automatische instellingen.
Ondersteunt Safari in macOS DNS over HTTPS (DoH)?
Ja, Safari ondersteunt DoH, maar in tegenstelling tot browsers zoals Google Chrome of Mozilla Firefox (waar je DoH direct in de browser-instellingen kunt aanzetten), leunt Safari op de instellingen van het besturingssysteem. Je moet dus een configuratieprofiel installeren in macOS Sequoia om DoH in Safari te laten werken. Zodra het profiel actief is, versleutelt Safari al je DNS-verzoeken automatisch.